Chi Sau (黐手), letterlijk “klevende handen” of “plakkende handen”, is de partneroefening die Wing Chun onderscheidt van vrijwel elke andere vechtkunst. Twee leerlingen houden voortdurend contact met de onderarmen. Beweegt de ander, verandert de druk of de aanval, dan voel je dat meteen. Het contact leert je voelen in plaats van kijken, en daardoor sneller reageren.
Waarom voelen sneller is dan kijken
Ogen zijn traag en laten zich misleiden; gevoel niet. Zodra de druk verandert, weet je arm het eerder dan je hoofd. Zo leer je automatisch reageren, zonder erover na te denken.
Hoe het wordt opgebouwd
- Dan Chi Sau, met één arm: een vaste cyclus van drie posities, om de basisreflexen te leren.
- Poon Sau, rollen met twee armen: het “gesprek” waar de meeste mensen Chi Sau van kennen.
- Lap Sau en andere drills die in de Chi Sau worden geïncorporeerd: vaste patronen die één antwoord inslijpen.
- Gwoh Sau, vrij Chi Sau: zonder afspraak, met alle technieken, maar altijd met controle.
Daarnaast kent de Wong Shun Leung-lineage nog twee extra oefeningen:
- Double Dan Chi Sau, dat na Dan Chi Sau en vóór Poon Sau wordt geleerd.
- Seung Ma Tui Ma, vertaald als instappen en uitstappen.
In het begin gaat het bewust langzaam, soms met gesloten ogen. Pas als de reflexen er zijn, komt er tempo.
Geen sparren, wel druk
Chi Sau is geen wedstrijd. Er wordt niet gewonnen, er wordt geleerd. Van alle stadia komt Gwoh Sau het dichtst bij vrij sparren met contact, maar ook Gwoh Sau is geen gevecht en geen full-contact: het blijft een gecontroleerde manier om onvoorspelbare aanvallen te leren verwerken.
Bij een proefles maak je meestal al kennis met Dan Chi Sau. Het is een vreemde en meestal verslavende ervaring: een gesprek zonder woorden.